Mijn naam is Jessica den Hertog van Paardenfeeling. Dankzij Demi heb ik de moed gevonden om van mijn passie mijn beroep te maken. Een passie die niet is ontstaan uit het willen bewijzen met paarden, maar juist uit het ongemak dat ik daar altijd bij heb gevoeld.
Al van jongs af aan had ik moeite met het idee dat je een paard jouw wil moet opleggen. Toch is dat vaak wat we geleerd hebben. Subtiel of minder subtiel, met druk, met correcties, met “even doorzetten”. Niet omdat we hard willen zijn, maar omdat we vooruit willen. Omdat we het goed willen doen. Omdat we willen dat ons paard leert zijn lichaam beter te gebruiken.
En daar ontstaat de tweestrijd die ik bij zoveel ruiters zie en die ik zelf ook heb gevoeld.
Je wilt zachter trainen. Met meer ontspanning, meer verbinding, meer samenwerking.
Maar je wilt óók progressie. Je wilt niet blijven hangen. Je wilt voelen dat je samen verder komt.
De traditionele trainingsmethodes en de invloed van mijn omgeving (je bent goed als je wat kan) leerden mij eerst dat oplossingen vaak in meer druk lagen. Dat weerstand betekende dat je door moest zetten. Dat een paard uiteindelijk wel zou toegeven. Maar diep vanbinnen voelde dat niet kloppend. Door de jaren heen werd de kloof steeds groter tussen hoe ik wilde werken en wat ik zag in lessen op verenigingen of bij instructeurs. Het bleek verrassend moeilijk om begeleiding te vinden die echt aansloot bij mijn visie.
Toen kwam Nono, mijn tweede eigen paard. Vanaf het begin liet zij een heel duidelijke nee zien. Een nee die veel paarden zouden laten zien als ze écht een keuze krijgen. En eerlijk? Dat raakte iets in mij. Want die nee is geen ongehoorzaamheid. Het is communicatie.
Die duidelijke nee maakt het soms lastig om haar fysiek te helpen haar lichaam beter te gebruiken. Ze kiest liever voor het bekende patroon. Niet uit onwil, maar omdat het veilig voelt. Het echte werk zit voor mij in het ombuigen van die nee naar een ja, zonder het paard te breken. Op een manier die waardig is, eerlijk en duurzaam.
Dat vraagt dat we ontspanning creëren in de vraag. Dat we loslaten hoe het eruit zou moeten zien en gaan voelen wat er mogelijk is. Wanneer een oefening voor het paard waarde krijgt, ontstaat er bereidheid. Dan gaan ze meedenken. Dan wordt het samenwerken in plaats van afdwingen.
Sommige uitdagingen vragen tijd. Soms voelt het alsof het te langzaam gaat, zeker in een wereld waarin alles snel moet. Nono heeft bijvoorbeeld moeite met het goed optillen van haar achterbenen. Dat verbeterd niet door haar hoofd in een positie te zetten of haar “erdoorheen te rijden”. Dat vraagt een proces, stap voor stap, waarin het lichaam weer één geheel mag worden.
Wij werken daarom altijd zowel fysiek als mentaal. Wat het paard mentaal vastzet, zie je terug in het lichaam. En andersom. Die twee zijn niet los van elkaar te zien. Een goede beweging in bijvoorbeeld een een passage, kan nooit ontstaan als een paard ergens spanning vasthoudt.
Voor ons als mensen is het soms confronterend om te accepteren dat we een goede beweging niet kunnen afdwingen. Wanneer een paard denkt: dit kan ik niet, zal het altijd ergens compenseren. Hoe mooi het plaatje ook lijkt. Echte ontspanning vraagt dat we het perfecte beeld durven loslaten en kiezen voor eerlijkheid in het lichaam.
Ik hoop je te laten voelen en ervaren dat je je paard geen wil hoeft op te leggen om vooruit te komen. Dat zachtheid en progressie elkaar niet uitsluiten. Dat vertrouwen, ontspanning en duidelijke grenzen samen kunnen bestaan.
Perfectie bestaat voor ons paard niet, we kiezen voor progressie, samen en in verbinding.